Vragenlijst

 

print deze pagina

 

Beantwoord de vragen zo uitgebreid mogelijk op een apart vel met verwijzing naar de letters/cijfers bij de vragen.

Vergeet niet de volgende gegevens te noteren:

Gegevens eigenaar: naam, adres, postcode en woonplaats, telefoon, mobiel, e-mail

Gegevens dier: naam, diersoort, ras, geslacht, gecastreerd/gesteriliseerd, geboortedatum, vachtlengte, kleur en aftekening.

Gegevens dierenarts: naam, adres, postcode en woonplaats, telefoon

 

Foto: wij ontvangen graag een duidelijke en recente foto van het dier, ook wanneer u later langskomt voor een consult. Dit i.v.m. de voorbereiding. U krijgt de foto desgewenst retour.

 

U kunt de papieren en foto opsturen naar bovenstaand adres. E-mailen kan uiteraard ook.

Wij raden u dringend aan met het dier persoonlijk langs te komen voor een consult.

 

A.     De klacht

 

1.                 Wat is de klacht waarvoor u een consult en behandeling wilt?

2.                 Wanneer is de klacht begonnen, wanneer en wat waren de eerste symptomen? Hoe heeft het zich daarna ontwikkelt?

3.                 Waren er omstandigheden die qua tijd ongeveer samenvielen met het ontstaan van de klacht? Denk b.v. aan: weggelopen geweest, aanrijding gehad, verlies of vertrek van een huisgenoot of huisdier, verhuizing, verblijf in pension

4.                 Bent u met deze klacht al bij de eigen dierenarts en/of specialist geweest? Zo ja, welke onderzoeken zijn gedaan en wat was de uitslag? Welke diagnose werd gesteld? Welke medicijnen, operaties of andere behandelingen heeft het dier gehad en wat was het effect daarvan?

5.                 Waar zit de klacht precies, op welke plaats en/of aan welke kant van het lichaam?

6.                 Is de klacht continu aanwezig of wisselt de klacht in ernst en/of locatie aanwezig?

7.                 Zijn er omstandigheden waardoor de klacht verbeterd?

B.v. rust, warmte, koude, druk of massage, belasting, wind, regen, zon

8.                 Zijn er omstandigheden waardoor de klacht verslechterd? B.v. rust, warmte, koude, druk of massage, belasting, wind, regen, zon?

9.                 Zijn er tijden op de dag of in het jaar dat de klacht erger is?

10.             Zijn er tijden op de dag of in het jaar dat de klacht minder is?

11.             Heeft het dier nog andere klachten die gelijktijdig of afwisselend met de hoofdklacht optreden?

12.             Is het gedrag of karakter van het dier verandert sinds het bestaan van de klacht?

 

 

B.     De voorgeschiedenis

 

1.                 Hoe oud was het dier toen het bij u in huis kwam?

2.                 Komt het dier van een fokker, hondenhandelaar, dierenspeciaalzaak, markt, uit het asiel of een gezin? Hoe waren de omstandigheden daar?

3.                 Als het dier meerdere eigenaren heeft gehad: wat weet u van de voorgeschiedenis? B.v. hoeveel bazen heeft het dier gehad voor het bij u kwam? Waarom moest het dier daar weg?

4.                   heeft het dier wel eens traumatische ervaringen gehad? Zo ja, welke en wanneer? Zijn daar nog dingen van te merken?

 

C.     Gezondheid algemeen

 

1.                 Probeer (in chronologische volgorde) zo volledig mogelijk aan te geven welke klachten het dier eerder heeft gehad vanaf dat u het had tot nu.

2.                 Welke behandelingen en/of medicijnen heeft het toen gekregen? Wat was het resultaat daarvan?

3.                 Krijgt het dier op dit moment medicijnen? Zo ja, welke?

4.                 Staat het dier op dit moment onder behandeling van een dierenarts of andere therapeut? Zo ja, waarvoor?

5.                 Welke entingen heeft het dier gehad en wanneer?

6.                 Heeft het dier een opvallende reactie op een enting? Zo ja, welke?

7.                 Wordt het dier regelmatig ontwormd? Zo ja, wanneer en met welk middel?

8.                 Is het dier gesteriliseerd of gecastreerd? Zo ja, op welke leeftijd en wat was de reden?

9.                 Hoe verlopen de loopsheid/krolsheid? B.v. langer of korter dan normaal, veel of weinig uitvloeiing, hoe ziet de uitvloeiing eruit, schijnzwangerschap, gedragsveranderingen enz.

10.             Hoe vaak is het dier loops/krols; hoe lang zit er tussen 2 loopsheden/krolsheden?

11.             Wordt de loopsheid of krolsheid onderdrukt? Zo ja, sinds wanneer?

12.             Heeft het dier wel eens een nest gehad? Zo ja, hoe is dat gegaan tijdens de dracht de de zoogperiode? Hoe was ze naar haar jongen?

13.             Is er iets bekend van familieleden van het dier m.b.t. gezondheid en/of karakter?

14.             Heeft het dier vaak last van vlooien, oormijt of andere parasieten als wormen?

 

D.     Gezondheid

 

Zijn er klachten en zo ja, welke m.b.t.:

1.                  ogen, inclusief tranen, gezichtsvermogen

2.                  oren: ontstekingen, gehoor

3.                  neus, reukvermogen

4.                  bek: tong, gebit, tandvlees. Heeft het dier veel last van tandsteen? Stinkt het uit de bek?

5.                  Keel: heeft het dier moeite met slikken? Hoe de stem (hard, zacht, schor, hees)?

6.                  Maagdarmkanaal: heeft het dier wel eens last van braken? Zo ja, wanneer? Hoe ziet het braaksel eruit? Diarree of verstopping? Hoe ziet de ontlasting er dan uit? Zit er wel eens bloed en/of slijm bij? Wat voor kleur heeft het en hoe ruikt het? Is het dier dan ook incontinent of kan het dier het wel ophouden? Lijkt het dier wel eens buikpijn te hebben? Hoort u de darmen wel eens rommelen? Laat het dier vaak boeren of windjes?

7.                  Ademhaling: heeft het dier het wel eens benauwd? Hoest of niest het wel eens? Hijgt het snel of vaak? Hoe is het uithoudingsvermogen van het dier?

8.                  Hart en bloedvaten: heeft het dier een ruisje op het hart of andere hartklachten? Bloed het dier snel? Hoe genezen wonden? Moeilijk of makkelijk, snel ontstoken?

9.                  Skelet: heeft het dier problemen met rug of poten? Loopt het wel eens kreupel? Heeft het dier last van verlammingen, door de poten zakken of slaat het wel eens een pas over?

10.             Huid: zijn er huid of vachtproblemen? Heeft het dier last van vlooien, mijten, schimmels, wormen of andere parasieten? Heeft het dier wel eens uitslag? Heeft het dier last van jeuk?

11.             Nieren en urinewegen: is u iets bekend over de nierfunctie? Heeft het dier vaak last van blaasontsteking of blaasstenen?

12.             Heeft het dier andere aandoeningen van lever, milt, alvleesklier? Cushing, addison, epilepsie, suikerziekte?

13.                Is het dier over het algemeen gezond of is het een kwakkeldier?

 

E.     Omgeving

 

1.                 Wat is de samenstelling (met leeftijden) van het huishouden?

2.                 Zijn er nog andere huisdieren? Zo ja, hoe gaan ze met elkaar om?

3.                 Hoe ziet de leefomgeving van het dier eruit: stad, platteland, tuin?

4.                 Heeft de hond een eigen plek in huis? Zo ja, waar? Waar ligt het dier het liefst?

5.                 Slaapt het dier veel of weinig, diep of oppervlakkig? In welke houding ligt het dier het meest? Droomt het dier wel eens of is het anderszins onrustig in de slaap?

6.                 Hoe ziet een doorsnee dag eruit? Voor een hond: hoe vaak en hoe lang wordt het uitgelaten, door wie en waar? Welke cursussen en/of trainingen zijn of worden gevolgd? Voor een kat: komt het buiten? Hoe vaak en hoe lang?

7.                 Moet het dier vaak en/of lang alleen zijn?

8.                 Zoekt het dier warme of koude plaatsen op? B.v. koude tegels, kachel, plaats in zon of schaduw.

9.                 Is uw hond druk of rustig in huis? En buiten?

10.             Houd de hond van wandelen, spelen, rennen, zwemmen, auto rijden?

11.             Waar speelt uw dier graag mee en waar mee niet?

 

F.     Gedrag en karakter

 

  1. Hoe is het karakter en gedrag van het dier? Druk/rustig, dominant/onderdanig, macho/onzeker, angstig? Wat zijn typische eigenaardigheden? Is het gedrag typisch voor dit ras of juist niet? Heeft het typische gewoonten als staartjagen, vliegenhappen, schaduwjagen, op poten kluiven?
  2. Wat zijn de positieve en negatieve karaktereigenschappen van het dier?
  3. Is het dier erg op een bepaald persoon gericht of is het een allemansvriend?
  4. Hoe reageert het dier op sneeuw, storm, regen, zon, mist, onweer?
  5. Hoe reageert het dier op benadering door mensen, kinderen, andere dieren? Zowel voor bekenden als voor vreemden?
  6. Kan u de hond over het hele lichaam aaien en borstelen? Zo nee, waar niet?
  7. Hoe reageert het dier op pijn? Is het kleinzerig of hard voor zichzelf?
  8. Kan het dier alleen thuis zijn? Zo nee, gaat het dier dan blaffen, janken of slopen? Is het dan onzindelijk?
  9. Heeft het dier bepaalde angsten? B.v. onweer, vuurwerk, andere harde geluiden, autorijden, andere dieren, mannen of kinderen, water, in het donker, alleen zijn, drukte enz. Hoe reageert het dier dan?
  10. Is het dier wel eens bang zonder duidelijke reden? Lijkt het dier wel eens spoken te zien?
  11. Schrikt het dier vaak en/of snel? Waarvan? Herstelt het dier dan snel of langzaam?
  12. Is het dier wel eens agressief (geweest)? Waarom en onder welke omstandigheden?
  13. Was het dier vroeg of laat zindelijk? Doet het dier nu nog wel eens iets in huis? Zo ja, wanneer en wat is volgens u de oorzaak?
  14. Vraagt of eist het dier wel eens aandacht? Hoe doet het dier dat? Hoe reageert het dier als hij/zij dan geen aandacht krijgt? Houdt het dier van aandacht krijgen?
  15. Hoe reageert het dier op training?
  16. Hoe reageert het dier op correcties of straf?
  17. Is het dier wel eens jaloers? Zo ja, op wie, in welke omstandigheden en wat doet het dan?
  18. Is het dier gevoelig voor sfeer en stemmingen? Hoe reageert het dan?
  19. Heeft het dier veel of weinig zelfvertrouwen?
  20. Is het dier verlegen? Trots? Afstandelijk? Aanhankelijk?
  21. Lijkt het dier wel eens te dagdromen? Of heeft u het gevoel dat het niet helemaal aanwezig is?
  22. Maakt het dier een vrolijke of depressieve indruk?
  23. Is het dier op zichzelf of heeft het graag gezelschap om zich heen?
  24. Is het dier erg druk of ongeduldig? Gedraagt het zich wel eens schuldig of duikt het weg of in elkaar?
  25. Raakt de hond wel eens in paniek?
  26. Hecht het dier aan vaste routines? Komt het waarschuwen dat het tijd is om naar buiten te gaan, te eten enz.? Hoe reageert het dier als de normale gang van zaken doorbroken wordt?
  27. Is het dier snel af te leiden of is het juist erg gefixeerd als het met iets bezig is?
  28. Heeft het dier veel behoefte aan lichamelijk contact?

 

G.     Voeding

 

1.                 Wat krijgt het dier te eten en hoe vaak?

2.                 Krijgt het dier wel eens tussendoortjes? Zo ja, wat en hoe vaak?

3.                 Geeft u voedingssupplementen als vitaminen, mineralen, olie, kruiden e.d.? Zo ja, welke en hoeveel?

4.                 Zijn er voedingsstoffen of voeders die het dier niet verdraagt? Zo ja, welke en wat is de reactie? B.v. jeuk, diarree, braken, slechte vacht.

5.                 Wat vindt het dier erg lekker?

6.                 Wat lust het dier niet?

7.                 Eet het dier rustig, schrokkerig, traag, met lange tanden?

8.                 Is het kieskeurig of eet het alles?

9.                 Drinkt het dier vaak? Hoeveel keer op een dag?

10.             Drinkt het dier veel? Hoeveel ongeveer?

11.             Eet het dier wel eens vreemde dingen als zakdoekjes, zand, aarde, stenen, sneeuw, uitwerpselen van zichzelf en/of anderen?

 

< print deze pagina

Jyoti