Orthomoleculaire voeding

 

 

Orthomoleculaire voeding

Orthomoleculaire voeding betekent: de optimale structuur voor een juiste stofwisseling.
Dit houd in dat we het lichaam proberen te herstellen met lichaamseigen stoffen en tevens preventief te werken voor een goede gezondheid.
lichaamseigen stoffen
Gezonde voeding vormt de basis voor een goede gezondheid, daar zal iedereen het over eens zijn. Maar wat gezond eten nu precies inhoudt, daar zijn de meningen nogal eens over verdeeld. Zo blijkt melk niet voor een ieder de 'witte motor' te zijn en kan het traditiegetrouw nuttigen van een sappig stukje fruit als dessert, menigeen onder ons zwaar komen te vallen (eet geen fruit 1/2 uur voor tot 2 uur na de maaltijd, dit in verband met gisting in de darmen).
Het blijkt dat ondermeer de vorm, evenals de hoeveelheid waarin deze voedingsstoffen zich in ons dagelijks menu voordoen, bepalend zijn of zij daadwerkelijk bijdragen tot een goede gezondheid. Bij de vorm kan je denken aan geraffineerde en ongeraffineerde koolhydraten. Deze laatste komt de gezondheid in belangrijke mate ten goede terwijl koolhydraten in geraffineerde vorm de gezondheid juist ondermijnen. Zoals gezegd speelt eveneens de hoeveelheid waarin een bepaalde stof in onze voeding voorkomt een belangrijke rol.
Hierbij kun je denken aan een te lage inname van vitamine C zoals we dit zagen bij koopvaardij lieden in vroeger dagen. Zij gingen ten onder aan scheurbuik, een ziekte die kon worden voorkomen als men dagelijks minimaal een hoeveelheid van 60 mg vitamine C met de voeding opnam.
Wetenschappelijk onderzoek toont keer op keer aan dat er aan tal van klachten een verstoring in de celstofwisseling ten grondslag ligt.
Deze verstoring kan veelal worden verhaald op factoren als stress, verkeerde voeding, roken, maar ook op aspecten als milieuverontreiniging en straling.
Natuurlijk is stoppen met roken, het vermijden van stress en leven in een bosrijke omgeving de beste remedie om klachten te voorkomen, maar het zal duidelijk zijn dat niet alle belastende factoren waaraan de mens tegenwoordig bloot staat kunnen worden weggenomen.
Gezonde voeding en aanvullende voedingssuppletie stelt ons echter wel in staat het lichaam op een optimale manier te beschermen, alsmede daar waar een verstoring heeft plaats gevonden regulerend op te treden. Zo kan een persoon met eczeem, waarbij een erfelijkheidsfactor, een verkeerd voedingspatroon of stress de oorzaak kunnen vormen, bijzonder veel baat hebben bij het schrappen van vlees van zijn of haar menu, in combinatie met de suppletie van gamma-linoleenzuur, een meervoudig onverzadigd vetzuur. Een ander voorbeeld is de suppletie van magnesium, ook wel het anti-stress mineraal genoemd, dat de stress resistentie bij een persoon kan verhogen. Terwijl pro-vitamine A, oftewel BŤta-caroteen, het longweefsel kan beschermen tegen de schadelijke invloeden van het roken.

 

stress - ziektemaker nummer1

De opbouw

De spijsvertering heeft tot doel om stoffen van de voeding om te zetten in stoffen waarmee het lichaam kan werken. Deze komen via de darmwand in bloed en lymfesysteem.
Van de voeding wordt omgezet:
 * Koolhydraten - granen, groente, fruit
 * Eiwitten - vlees, vis, tofu, bonen
 * Vitamine - A,B,C,D enz
 * Mineralen - zink, magnesium
Al deze stoffen zijn in water oplosbaar.
 * Vetten - boter, olie, geel vet. Deze zijn niet in water oplosbaar.

 

 

Koolhydraten

Koolhydraten worden gebruikt om energie te leveren. Het overschot wordt in spieren opgeslagen als glycogeen.
Koolhydraten, ook wel sacchariden of suikers genoemd, zitten o.a. in granen, groenten en fruit.
Er zijn 3 vormen van koolhydraten:
1. Monosacchariden - een monosaccharide is opgebouwd uit 1 enkelvoudig suikermolecuul. Voorbeelden van monosacchariden zijn glucose (druivensuiker), fructose (vruchtsuiker) en galactose.
2. Disacchariden - een disaccharide is opgebouwd uit twee aan elkaar gekoppelde enkelvoudige suikermoleculen. Voorbeelden hiervan zijn maltose, opgebouwd uit twee moleculen glucose en de disaccharide lactose, die uit een molecuul glucose en een molecuul galactose bestaat. Saccharose eveneens een dissacharide bestaat uit een koppeling van glucose aan fructose.
3.Polysacchariden - een polysaccharide is opgebouwd uit een netwerk van aan elkaar gekoppelde glucosemoleculen. De bekendste polysaccharide is zetmeel. Zetmeel is de opslagvorm van suiker in het plantenrijk. Cellulose is eveneens een uit glucose moleculen opgebouwde polysaccharide. De bindingen tussen de glucosemoleculen in cellulose zijn echter, in tegenstelling tot die in zetmeel, zodanig dat ze niet door enzymen kunnen worden verbroken tijdens het spijsverteringsproces. Hierdoor heeft cellulose, beter bekend onder de naam 'vezels', in het maagdarmkanaal vooral de functie tot het aanzetten van de darmperistaltiek. Een derde polysaccharide is de dierlijke vorm van zetmeel, het glycogeen. Glycogeen ligt opgeslagen in de lever en in de spieren en wordt indien het lichaam energie nodig heeft omgezet in glucose-eenheden.

 

energie leveren

Mineralen en sporenelementen

Mineralen is een samenvattende term voor alle in de natuur voorkomende anorganische stoffen, en zijn erg belangrijk voor het goed verlopen van de stofwisseling.
Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld calcium, chroom, fosfor, kalium, koper, jodium, magnesium, mangaan, selenium en zink.
Elke stof op zich heeft een belangrijke functie in het lichaam.

 

goed verlopen van stofwisseling

Eiwitten

Eiwitten (ook wel proteÔne genoemd) kunnen worden onderverdeeld in:
Volwaardige eiwit Ė deze bevat de essentiŽle aminozuren ( biergist, eieren, kaas, gevogelte, melk, soja, vis, vlees, tarwekiemen.)
Onvolwaardig eiwit Ė deze missen 1 of meer essentiŽle aminozuren (bonen, brood, meel, pasta, rijst)
Onder essentieel wordt verstaan, dat het lichaam deze niet zelf kan opbouwen, en dus hiervan geheel afhankelijk is van de voeding.

Eiwitten worden afgebroken in aminozuren.  Als de eiwitten zijn afgebroken tot aminozuren, dan gaat het via het bloed en poortader naar de lever waar de functie wordt bepaald. Dit kan zijn: opbouw eiwitten, bloedeiwitten of enzymen. Overtollige aminozuren worden door lever omgezet in ureum en verlaten dan via de nieren het lichaam.
Overtollige eiwitten kunnen, net zoals koolhydraten, worden omgezet in vet. Indien in het lichaam een tekort aan eiwit ontstaat, kan het lichaam zelf eiwitten synthetiseren uit vetten.
Een ander feit: uit 100 gram eiwit kan het lichaam 58 gram koolhydraten maken.

Er zijn ongeveer 20 aminozuren.

EssentiŽle aminozuren

Niet essentiŽle aminozuren

Fenylalanine Alanine
Leucine Asparagine
Isoleucine Glutamine
Lysine (tegen herpes) Glutamine zuren
Methionine Proline
Tryptofaan (slaapproblemen, depressies) Serine
Threonine
Histidine
Glycine
L-carnitine
Valine Asparaginezuur
Tyrosine *
Arginine *
Cystine *
Kunnen alleen uit Methionine en fenylalanine gemaakt worden. Daarom worden ze als essentieel beschouwd.
   
* synthese verloopt erg moeilijk, word daarom als essentieel beschouwd
   

bevat de essentiŽle aminozuren
In zilvervlies rijst en erwten zitten dezelfde 8 aminozuren als in vlees (belangrijk voor vegetariŽrs onder ons). Eiwitten moet je per dag toedienen. Als ze namelijk opgeslagen worden slaan ze in de bloedvaten neer als vet. Voor het goed functioneren van het lichaam is ongeveer 1 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht voldoende. De praktijk leert dat men echter drie keer zoveel consumeert.
Eiwitten halen het vocht uit het weefsel en doen dus het omgekeerde als zout. Het brengt het naar plaatsen met een slechte doorbloeding. * Dikke benen duiden vaak op een eiwit stofwisselingsprobleem (teveel aan eiwit).
Indien eiwitten niet goed afgebroken worden dan leidt dit tot stinkende ontlasting. Tevens zijn ze een voedingsbron voor darm bacteriŽn en kunnen uiteindelijk door de darmwand heen in de bloedbaan terecht komen. Een stinkende adem en gasvorming zijn het uiteindelijke gevolg. Eiwit hydrolysaten Ė melk voor babyís hierbij zijn de eiwit strengen in kleine stukjes aminozuren en peptiden gemaakt.  *Aminozuur deficiŽntie is het niet aanwezig zijn van een aantal aminozuren. Dit komt doordat ze niet door het lichaam opgenomen worden. Het komt vaak voor bij ouderen. Supplementen kunnen hier een oplossing voor zijn.

 

zilvervliesrijst en erwten bevatten dezelfde 8 aminozuren

Vetten

Vetten worden ook wel lipiden genoemd. Om voor het lichaam te kunnen werken, worden ze omgezet in vetzuren en vetalcoholen. Deze gaan via de chylvaten van de darmvlokken en lymfe naar de borstbuis.
We onderscheiden 3 soorten vetten:
1- trigliceriden, onder te verdelen in:
    a- verzadigde
    b- onverzadigde
    c- Meervoudig Onverzadigde Vetzuren (de beste onder de vetten)
2- Fosfolipiden (ook lecithine genoemd en opgebouwd uit choline en fosfor)
3- Sterolen Ė zoals cholesterol en div hormonen: progesteron, oestrogeen, cortisol.

De functie van vet is in de eerste plaats het leveren van energie. Vet levert ruim de dubbele hoeveelheid energie als koolhydraten en eiwitten. Tevens heeft vet beschermende functies tegen te grote temperatuurschommelingen en beschermd het de organen en zenuwen tegen invloeden van buitenaf.
Vetten hebben een belangrijke functie in het lichaam. Het zijn de transvetten die een schadelijke invloed hebben. Deze vetten ontstaan bij verhitting van vetten en zitten tevens als verharder in boter.
Bij gebruik van boter hebben de vetten met MOV de voorkeur. Roomboter en olijfolie mogen hierbij verhit worden, zonnebloemolie, maÔsolie en walnootolie mogen alleen koud gebruikt worden.

 

leveren van energie

en beschermende werking

Vitamine

Alle vitamines zijn anti oxidanten d.w.z. ze gaan een verbinding met zuurstof aan en versterken hierdoor het immuunsysteem.
In de voedingsleer worden twee grootheden gebruikt. Teneerste de R.D.A. welke staat voor Recommended Daily Allowance, ofwel dagelijks aanbevolen hoeveelheid. Deze grootheid geeft de dosering aan van een voedingsstof zoals die per dag in de voeding voor dient te komen om niet ziek te worden. Het is als het ware een minimum dosering.
Hiernaast kennen we de orthomoleculaire aanbeveling. Deze grootheid wordt gehanteerd in de orthomoleculaire voedingsleer en streeft ernaar het lichaam te voorzien van een dusdanige hoeveelheid voedingsstoffen dat het lichaam optimaal kan functioneren.
Waar komen deze verschillen in aanbeveling nu vandaan? Het lijkt hier te gaan om een duidelijk verschil van inzicht. Als we vitamine C bekijken in dit opzicht zien we een duidelijk verschil in aanbeveling.
Aan het begin van deze eeuw ontdekte men dat de vroeger veel voorkomende ziekte scheurbuik een directe gevolg was van vitamine C tekort. Het bleek dat bij een dagelijkse dosering van 60 mg van dit vitamine het gevaar deze ziekte te krijgen vermeden kon worden. Aan de hand hiervan is de R.D.A. voor vitamine C vastgesteld op 60 mg. 60 mg vitamine C per dag kan ons dus beschermen tegen scheurbuik.
Nieuwe onderzoeken hebben evenwel aangetoond dat vitamine C veel meer functies heeft. Hierbij kan gedacht worden bijvoorbeeld aan de vrije radicalen-pathologie. Als gevolg van 'stress' op het lichaam door slechte voeding, milieuverontreiniging, roken, regelmatig gebruik van alcohol, etc. worden er, als gevolg van een ontspoorde celstofwisseling, vrije radicalen gevormd. Deze uiterst reactieve deeltjes werken sterk verstorend op het optimaal functioneren van de cel en daardoor verstorend op de algehele conditie van het lichaam. Zij worden derhalve gezien als de initiatoren van vele stofwisselingsziekten zoals reuma, hart- en vaat- ziekten, maar ook veroudering in het algemeen. Gelukkig heeft men ontdekt dat er stoffen bestaan die ons kunnen beschermen tegen deze desastreuze vrije radicalen, namelijk de vrije radicalenvangers. Van vitamine C is gebleken dat nu juist deze voedingsstof over een zeer hoog vrije radicaalvangende capaciteit beschikt. Het hoeft geen betoog dat het lichaam over een grotere hoeveelheid vitamine C zal moeten kunnen beschikken om de functie van vrije radicalenvanger naar behoren te kunnen uitvoeren.
De R.D.A. voor vele essentiŽle nutriŽnten wordt veelal net gehaald wanneer we uitgaan van ons dagelijks voedingspatroon. Deze minimale hoeveelheden zijn nodig om ons tegen (gebreks)ziekten te behoeden.
In de orthomoleculaire voedingsleer gaat men er vanuit dat we niet slechts moeten voorkomen ziek te worden maar dat we moeten streven naar een optimale conditie van het lichaam. Dit gegeven is een belangrijk uitgangspunt voor de vaststelling van de orthomoleculaire aanbeveling. een grootheid van deze tijd.

 

 

 

 

 

optimale conditie van het lichaam

Gewichtseenheden
De gewichtseenheden die worden gebruikt om de benodigde hoeveelheid van een bepaalde vitamine aan te geven zijn microgrammem (mcg), milligrammen (mg) en grammen(g). 1 gram is 1000 mg. 1 milligram is 1000 microgram.
Voor de vetoplosbare vitaminen (dit zijn de vit A-D-E-F-K) wordt ook wel de 'internationale eenheid, afgekort I.E., als gewichtseenheid gebruikt. De intemationale eenheid is gebaseerd op de biologische activiteit van die betreffende vitamine.
Vitamine E bijvoorbeeld bestaat uit tal van verschillende componenten, ook wel aangeduid als tocoferolen, die allen min of meer actief zijn (het alfa-tocoferol is de meest actieve vorm van vitamine E). Zou men derhalve op een produkt het aantal mg vitamine E weergeven dan vertelt ons dat nog niets over de daadwerkelijke vitamine E activiteit van dat produkt. Gebruikt men daarentegen de intemationale eenheid dan wordt de biologische activiteit van vitamine E in een preparaat weergegeven.
intemationale eenheid gebasseerd op biologische activiteit

 

Jyoti