Vaccinaties
|
Inleiding |
|
| Het doel van vaccineren is het voorkomen van ernstige ziekten, die vaak dodelijk zijn.
Door de ziekteverwekker in verzwakte vorm toe te dienen gaat het lichaam afweerstoffen, de zogenaamde antilichamen,
maken en is het voor een bepaalde periode beschermd tegen de betreffende ziekte.
Een vaccinatie bestaat meestal uit meerdere ‘stammen’ van de ziekteverwekker en soms ook uit meerdere ziekteverwekkers
tegelijk. Dat maakt dat het immuunsysteem op een onnatuurlijke manier een sterke prikkel krijgt. Soms raakt het immuunsysteem
hierdoor de weg als het ware kwijt en ontstaan er bijwerkingen: bloederige diarree, auto-immuunziekten, spierpijnlijkheid,
koorts, allergieën, te traag werkende schildklier, tumoren, reuma, astma, epilepsie, gedragsveranderingen enz. Gelukkig erkent
nu ook de wetenschap dat (over)enten schadelijk kan zijn.
|
voorkomen van ernstige ziekten |
| Regulier advies |
|
| Naast de erkenning dat er bijwerkingen kunnen optreden, is ook gebleken dat de meeste entingen langer dan een jaar
bescherming geven. Voor de meeste vaccinaties wordt nu geadviseerd om deze maar één keer in de twee tot drie jaar te geven. Uitzondering
is de vaccinatie van ziekte van Weil, die zou jaarlijks nodig zijn. Het is echter de vraag of vaccineren tegen de ziekte van Weil
eigenlijk wel zinvol is. Waarschijnlijk is de stam die in de vaccinatie gebruikt wordt, niet dezelfde als de veldstam die de ziekte
veroorzaakt en treedt er ook geen kruisbescherming op. Dit is de situatie in het buitenland; de Nederlandse farmaceutische industrie
geeft hier geen duidelijkheid over.
Ook kennelhoest geeft geen langdurige bescherming, maar hoeft niet jaarlijks gegeven te worden. Kennelhoest is alleen nodig bij een uitbraak
in de omgeving of bij verplichting door pension, hondenschool of show.
Hondsdolheid komt in Nederland niet voor en hoeft dus ook niet standaard gegeven te worden. In grensstreken kan dit anders zijn en bij reizen
naar het buitenland is deze verplicht. Binnen Europa wordt een driejaarlijkse enting geaccepteerd, daarbuiten kunnen andere regels gelden.
Het advies van twee tot drie jaar is aan de veilige kant. Recent onderzoek wijst uit dat het mogelijk is dat dieren na vaccineren op volwassen
leeftijd, levenslang beschermt zijn, maar dit is nog niet bewezen. Verder hangt wel of niet enten af van veel factoren, zoals gezondheid, leeftijd,
gebruik, omstandigheden, kans op besmetting enz. Vaccineren is dus maatwerk en individueel bepaald.
|
individueel bepaald |
| Alternatief |
|
| ‘Homeopathisch vaccineren’ met nosodes wordt wel toegepast; dit zijn homeopathische verdunningen van de ziekteverwekker
zelf. Ze kunnen ook goed ingezet worden naast de vaccinatie om de kans op en de ernst van bijwerkingen te verkleinen, het zogenaamde ontstoren.
Er worden ook wel andere homeopathische middelen genoemd voor het homeopathisch vaccineren of ontstoren, maar die zijn in mijn ogen niet effectief genoeg.
De meeste verhogen slechts de weerstand.
Een andere mogelijkheid om te ontstoren is de entstof zelf verdund of als invers te geven. Een invers is een middel dat de tegenovergestelde frequentie
van het toe te passen middel heeft, zodat de effecten van beiden elkaar in het lichaam opheffen door uitdoving. Vaak is het verstandig bij het ontstoren
een drainagemiddel te geven. Een drainagemiddel helpt lever, nieren en lymfestelsel de negatieve stoffen uit het lichaam te verwijderen.
Als er dan toch gevaccineerd wordt, is dode entstof het best. Dit geeft minder bijwerkingen, maar helaas ook minder langdurige bescherming.
Een ander belangrijk punt is om zo min mogelijk ‘’cocktails’’ te geven en niet meerdere entingen tegelijk te geven. Het beste is om enkele weken tussen
de verschillende noodzakelijke entingen te laten. Maar hoe weet je wat noodzakelijk is?
|
ontstoren |
| De oplossing?
|
|
| Tot voor kort was het altijd een beetje gokken, afgaand op gemiddelden en ervaring. Nu hebben we de beschikking over de VacciCheck.
NML Health, de importeur en leverancier schrijft hierover:
‘’Deze unieke testkit meet gemakkelijk en snel de waardes van antilichamen in het bloed van uw hond of kat en toont aan in welke mate uw dier nog beschermd
is. Zo kunnen individuele inentingsschema’s voor pups en/of kittens opgesteld worden en kan na een inenting getest worden of deze aan is geslagen. Ook kan op
geleide van een titerbepaling bepaald worden of (her-) enten noodzakelijk is, wat van belang kan zijn voor zieke dieren, oude dieren, dieren die in het verleden
niet goed op inentingen bleken te reageren, voor dieren waarvan de eigenaar niet wil (over-)enten, maar eigenlijk voor ieder dier; teveel inenten is immers
überhaupt niet gezond.’’
Helaas zitten er ook nadelen aan deze test. Het test niet alle ziekten, niet overal wordt de titerbepaling geaccepteerd als bewijs van bescherming en eist men de
vaccinatie zelf. Bovendien komt de bescherming tegen ziektes niet alleen van antilichamen. Er worden ook geheugencellen aangemaakt en opgeslagen. Op het moment dat
het lichaam in contact komt met een ziekte kunnen deze geheugencellen geactiveerd worden en bescherming geven. Er is geen methode om te ontdekken of deze geheugencellen
ook daadwerkelijk aanwezig zijn. Een dier met een lage antilichaamtiter kan dus toch beschermd zijn. Ook zijn er dieren die geen hoge titer ontwikkelen, ook niet na
vaker enten. En dit geeft dan wel de kans op bijwerkingen, maar is nog niet zeker of er nu bescherming is of niet.
Kortom, de test is een prima hulpmiddel, maar zegt ook niet alles.
|
titerbepaling |
| Samengevat |
|
| Vaccineer…. - alleen als het dier 100% gezond is - alleen als het nodig is - op geleide van titerbepaling - niet te jong en niet te oud - tegen zo min mogelijk ziektes tegelijk - liefst met dode entstof - altijd met ontstoring - en vermijd stress en zware belasting rond de vaccinatie …. maar blijf alert op mogelijke bijwerkingen! |
blijf alert op mogelijke bijwerkingen |

Jyoti