Gebitsverzorging bij de hond
Inleiding
|
|
| Een gezond gebit is voor de hond erg belangrijk. Een slecht gebit en ongezond
tandvlees kunnen voor veel problemen zorgen. Niet alleen stank uit de bek, maar ook het verlies van tanden en kiezen,
problemen met kauwen, niet willen eten en pijn kunnen het gevolg zijn van een ontsteking van het tandvlees en de
steunweefsels. Bovendien kunnen de bacteriën die bij dit ontstekingsproces betrokken zijn via de bloedbaan alle organen
en weefsels bereiken. De nieren, het hart en dan met name de hartkleppen en de lever hebben het zwaar te verduren onder
deze continue bacteriële aanvallen. Een beetje tandsteen geeft dus veel meer problemen dan op het eerste gezicht lijkt.
De laatste tijd hoor je dan ook veel over gebitsverzorging bij de hond. Van tandenpoetsen met borstel of gaasjes en speciale
kauwstaafjes tot speciale brokken die het vormen van tandsteen moeten tegengaan. In dit artikel wordt de zin en onzin hiervan besproken.
|
veel meer problemen dan op het eerste gezicht |
Van tandplaque en tandsteen… |
|
| Dieren in de vrije natuur hebben door hun voeding zelden last van gebitsproblemen. Helaas krijgen honden meestal
voeding die leidt tot de vorming van aanslag op de tanden. Deze tandplaque is zacht en bestaat uit een combinatie van levende en
dode bacteriën, calcium en fosfor uit het speeksel, voedselresten en water. De ruimte tussen de tand en het tandvlees is een ideale
plek voor de vermenigvuldiging van bacteriën. Tandplaquevorming ontstaat daarom vooral langs de randen van het tandvlees, maar kan
ook ontstaan op plaatsen waar de natuurlijke reiniging minder is. Aanleg speelt een rol, evenals de vorm en aanleg van de gebitselementen
en het soort voeding. Zachte voeders zoals blikvoer geven meer plaquevorming dan droge brokken. De bacteriën zorgen voor gingivitis,
ontsteking van het tandvlees en soms ook stomatitis, ontsteking van het wangslijmvlies. Het tandvlees zwelt op, wordt rood en bloedt
gemakkelijk. Deze ontsteking verspreidt een onaangename geur waardoor de hond erg uit de bek kan stinken. Tandplaque mineraliseert onder
invloed van stoffen uit het speeksel en verhard tot tandsteen. Het bevindt zich vooral aan de wangzijde op de scheurkiezen en de hoektanden.
Tandsteen verergert en versnelt het ontstekingsproces. Tot hier is het proces omkeerbaar en kan het nog geheel herstellen.
|
uit de bek kan stinken |
…. tot parodontitis |
|
| Raakt echter ook het paradontium, de steunweefsels rondom de tanden en kiezen, ontstoken dan spreekt men van parodontitis en is
het proces onomkeerbaar. Het tandvlees trekt zich terug en de wortels komen bloot te liggen. Het kan leiden tot abcessen, het los komen te zitten
van gebitselementen en uiteindelijk zelfs uitvallen van tanden en/of kiezen. Wanneer er eenmaal sprake is van parodontitis, dan is herstel niet
meer mogelijk en is er blijvend schade. Behandeling is er dan op gericht de verdere achteruitgang van gebit en tandvlees zoveel mogelijk te beperken.
Om er op tijd bij te zijn, controleert de dierenarts bij de jaarlijkse vaccinatie het gebit op beginnende problemen en zal indien nodig een
gebitsbehandeling adviseren.
|
herstel niet meer mogelijk |
Therapie |
|
| Een gebitsreiniging vindt meestal plaats onder algehele narcose, maar als er geen sprake is van parodontitis kan een sedatie voldoende
zijn of zelfs achterwege blijven. Tandplaque en tandsteen worden zorgvuldig verwijderd, waarna de tanden en kiezen gepolijst worden. Polijsten maakt het
oppervlak gladder zodat er minder snel tandplaque aanhecht. Bij parodontitis kan het nodig zijn aangetaste elementen te trekken en na te behandelen met
een antibioticum en pijnstillers. En natuurlijk is het van belang te voorkomen dat de problemen opnieuw beginnen.
|
gebitsreiniging |
Preventie |
|
| Wanneer er al gebitsproblemen zijn, is een bezoek aan de dierenarts onvermijdelijk, maar veel beter is natuurlijk om problemen te voorkomen.
De commercie wil dierenarts en hondeneigenaren graag doen geloven dat droge brokken en liefst nog een speciaal dieetvoer, speciale kluifjes en tandenpoetsen
daarbij onmisbaar zijn. Ze stappen daarbij echter gemakshalve over de oorzaak van de gebitsproblemen heen, namelijk de aanleg en voeding. Aanleg is alleen
met fokmaatregelen te beïnvloeden en dat is een harde dobber, zoals rasgebonden erfelijke aandoeningen al hebben laten zien. Gelukkig is met de juiste voeding
veel ellende te voorkomen, ook bij honden met een aanleg voor gebitsproblemen. Het is hierboven al kort aangestipt: dieren in de vrije natuur hebben door hun
voeding zelden last van gebitsproblemen. Door onze honden een natuurlijke voeding, dat wil zeggen vers en rauw en met botten om op te kluiven, voor te zetten
in plaats van de droge brokken wordt veel ellende voorkomen. En niet alleen gebitsproblemen!
|
aanleg en voeding |

Jyoti