Het gebit

Inleiding

Net als bij mensen krijgen honden eerst een melkgebit dat later door het blijvende gebit vervangen wordt. Als eerste komen meestal de hoektanden door op de gemiddelde leeftijd van 3-5 weken, een week later gevolgd door de snijtanden en weer een week later volgen de kiezen. Bij het melkgebit komen alleen de valse kiezen door, de zogenaamde premolaren. De pup gaat meestal tussen de 7 en 9 weken oud naar de nieuwe eigenaar en hoort dan een compleet melkgebit te hebben. De pup heeft dan boven en onder zowel links als rechts 3 snijtanden, 1 hoektand en 3 premolaren. Dit wordt vaak genoteerd als de tandformule 313/313.


Op de leeftijd van 3 tot 4 maanden begint het wisselen. De elementen van het melkgebit vallen uit, waarna al snel het blijvende gebit doorkomt. Dit behoort compleet te zijn op de leeftijd van 5 tot 6 maanden. De tandformule voor het blijvende gebit is 3142/3143. De hond heeft dus in de benedenkaak 1 ware kies (molaar) meer.  

compleet gebit na 5 tot 6 maanden

Doorkomen gebitselementen

 

 

Melkgebit (weken)

Blijvend gebit (weken)

Snijtanden

4-6

12-16

Hoektanden

3-5

12-20

Premolaren

5-6

16-20

Molaren

-

20-24

 

Wanneer de melktand of kies niet uitvalt als het blijvende element al doorkomt, moet het melkelement verwijderd worden. Dit dient voorzichtig te gebeuren om schade aan het blijvende gebit te voorkomen.  

Tijdens de periode van het wisselen, is de bek van de hond erg gevoelig. Het is dan ook verstandig om in die tijd geen trekspelletjes te spelen om te voorkomen dat de hond een pijnlijke ervaring opdoet. Veel honden hebben tijdens het wisselen en doorkomen ook behoefte om ergens op te kauwen. Bied daarom voldoende knaag- en kauwmateriaal aan. Dit voorkomt dat de pup uit nood aan het meubilair begint.  

tijdens wisselen knaag en kauwmateriaal


Hoewel het melkgebit maar kort aanwezig is, heeft het een belangrijke functie. Het melkgebit is erg scherp en door met nestgenoten te spelen, leren ze hoe hard ze kunnen en mogen bijten. Voor de nieuwe eigenaar is de periode tot het wisselen dan ook de tijd om de pup te leren zachtjes te doen met bijvoorbeeld spel en aanpakken van iets lekkers. Ook is het belangrijk om de pup dan al te leren de handelingen van de gebitsverzorging te accepteren.  


Gebitsproblemen

 

Veel honden hebben problemen met het gebit in de vorm van tandsteen, stinkende adem en/of ontstoken tandvlees. Een goede gebitsverzorging kan veel problemen voorkomen. Bij een eerste bezoek aan de dierenarts zal deze controleren of alle gebitselementen aanwezig zijn en op de normale manier in de kaak staan. Door het fokken op (te) korte neuzen, worden de kaken te kort om plaats te bieden aan alle elementen. Deze komen daardoor gedraaid, gekanteld en op andere plaatsen door, wat verschillende problemen kan geven. Kleinere rassen zijn ook gevoeliger voor het ontwikkelen van tandsteen dan grotere rassen.

 

Verder speelt de voeding een belangrijke rol bij het ontstaan van met name tandsteen. Zo geeft blikvoeding veel meer aanleiding tot tandsteenvorming dan droge brokken. Honden die BARF krijgen, hebben zelden problemen.  

blikvoer leid sneller tot tandsteen vorming


Tandsteen is er niet van het ene op het andere moment. Het begint met een laagje plak, bestaande uit speeksel, voedselresten en bacteriŽn. Vaak gaat dit gepaard met gingivitis (ontsteking van het tandvlees) en het is de oorzaak van de stinkende adem. Wanneer deze plak mineraliseert, ontstaat tandsteen. Tandsteen zelf stinkt niet, maar als het geheel niet behandelt wordt, zal er parodontitis (ontsteking van het tandbed) optreden, wat kan leiden tot het uitvallen van tanden en kiezen en andere problemen als abcesvorming. Bij de vorming van tandsteen zijn bacterien betrokken. Via de bloedbaan  kunnen ze andere organen bereiken en aantasten, waaronder belangrijke organen als het hart, de lever en de nieren.

 

 

Wanneer er tandsteen gevormd is, dient dit verwijderd te worden. Voor de behandeling zal een antibioticakuur gegeven worden om te voorkomen dat de bacteriŽn in het bloed terecht komen en organen aantasten. Tijdens de behandeling, die onder een lichte narcose plaatsvindt, worden tandsteen en plak verwijderd en loszittende tanden en kiezen getrokken. Om (herhaling van de) problemen te voorkomen is een goede gebitsverzorging en aanpassing van de voeding essentieel.

 

Gebitsverzorging

 

Een goede gebitsverzorging begint met een voeding die het ontstaan van tandsteen tegengaat. Hoe meer de hond moet kauwen, hoe minder tandsteen zal ontstaan. Geef dus voldoende knaagmateriaal en bij voorkeur droge brokken. Wanneer dit onvoldoende werkt, kan een speciaal anti-tandsteendieet gegeven worden. Dit is verkrijgbaar bij de dierenarts.

 

goede voeding

Daarnaast kan het nodig zijn de tanden te poetsen. Hiervoor zijn verschillende producten op de markt. De hond zal geleerd moeten worden het tandenpoetsen te accepteren. Hoe jonger daarmee begonnen wordt, hoe makkelijker dat is.

 

Samenvatting

 

Gebitsproblemen bij honden komen veel voor, met name bij de kleinere rassen . Plak en tandsteen kunnen ernstige problemen geven in de bek, maar door de bacterien ook in belangrijke organen als hart, lever en de nieren. Het veroorzaakt een stinkende adem, ontstekingen en het verlies van tanden en kiezen.  


Om tandsteen te voorkomen is een goede voeding en tanden poetsen noodzakelijk. Bestaand tandsteen dient door een dierenarts verwijderd te worden.  

   

 

 

 

Jyoti